Meeste kiezers vinden dat Nederland meer asielzoekers uit Griekenland moet opnemen. Het nieuwe kabinet is aan zet

Het Afghaanse meisje Zara is gestopt met spelen en praten. Ze is getraumatiseerd en een behandeling heeft op dit moment geen effect, zegt een kinderpsycholoog. Dat komt door de omstandigheden waarin ze leeft. Ze woont niet meer in het door geweld verscheurde Afghanistan, maar in kamp Mavrovouni, oftewel ‘Moria 2.0’ op Lesbos.

Griekenland vroeg vorig jaar na de brand in vluchtelingenkamp Moria om 2500 kwetsbare kinderen zonder ouders te verdelen over Europa. Nederland nam uiteindelijk twee van deze kinderen op.

Na de allesverwoestende brand in het oorspronkelijke kamp Moria, klonk even een hoopvol ‘No More Moria’s’ uit de kelen van Europese leiders. Er zouden oplossingen komen voor de drama’s aan de grenzen van Europa. Maar in de praktijk werden duizenden vluchtelingen, onder wie heel veel kinderen, opnieuw weggestopt in een ellendig kamp, op een voormalig militair oefenterrein, in de koude blubber met potentieel gevaarlijk lood in de grond. Pal aan zee, waardoor de tenten regelmatig kapotwaaien door de stormachtige wind.

Als hulp- en mensenrechtenorganisaties kijken we uit naar de formatie. Het huidige kabinet keek weg van deze beelden en verhalen uit de Griekse vluchtelingenkampen, met als dieptepunt de ‘Moria-deal’ na de brand. In reactie op het verzoek vanuit Griekenland om 2500 kwetsbare kinderen zonder ouders te verdelen over Europa, nam Nederland uiteindelijk twee van deze kinderen op.

De angst voor het tonen van deze solidariteit zit kennelijk diep.

Het bagatelliseren van staatssecretaris Broekers-Knol (VVD) van de situatie in Moria 2.0 was ondertussen verbijsterend. Het kamp is ‘winterklaar’ schreef zij in januari aan de Tweede Kamer. Terwijl op datzelfde moment mannen, vrouwen en kinderen bibberden in de vrieskou, in tenten die letterlijk onder water staan vanwege de slechte afwatering. Zónder verwarming. Het onzichtbare leed is zo mogelijk nog groter. Zo overweegt één op de drie mensen een einde aan het leven te maken, blijkt uit onderzoek van International Rescue Committee. Ook tientallen kinderen hebben suïcidale gedachten en verwonden zichzelf.

helft gemeenten
De noodkreet uit Griekenland om in elk geval de meest kwetsbaren te verdelen over Europa, liet onze samenleving niet koud. Meer dan de helft van alle Nederlandse gemeenten spreekt zich uit voor opvang van vijfhonderd alleenstaande kinderen uit Griekenland. Ook artsen, kerken, een groep voormalige onderduikkinderen uit de Tweede Wereldoorlog, wetenschappers en partijprominenten van álle coalitiepartijen roerden zich en demonstreerden mee.

CDA
In de landelijke politiek strandden initiatieven om een deel van deze kinderen over te nemen steeds weer. Afgelopen maand werd opnieuw een motie ingediend. Nu het kabinet demissionair was en de fracties vrijer konden stemmen, leek het dé uitgelezen kans voor het CDA om de resolutie ‘opkomen voor de kwetsbaren in de Griekse vluchtelingenkampen’ tanden te geven. Dit besluit werd met steun van 81 procent van de leden én het partijbestuur genomen op het recente partijcongres. De CDA-fractie in de Tweede Kamer bleef echter tegenstemmen – net als de VVD. D66 en de CU stemden nu wél voor.

De angst voor het tonen van deze solidariteit zit kennelijk diep. Dit doet geen recht aan het getoonde draagvlak. Uit recent onderzoek van Kieskompas blijkt dat de meeste kiezers vinden dat Nederland meer asielzoekers uit Griekenland moet opnemen, als dat land er om vraagt.

De kaarten worden nu opnieuw geschud. Wij roepen partijen die aan de formatietafel plaatsnemen op om een vuist te maken vóór het overnemen van kwetsbare vluchtelingen uit de Griekse kampen zoals het meisje Zara. Als zij luisteren naar hun eigen achterban, dan verdient deze solidariteit een plek in het komende regeerakkoord.

Dit artikel werd geschreven door Mirjam Blaak, directeur Defence for Children Nederland; Sander Schaap, manager Belangenbehartiging VluchtelingenWerk Nederland; Annerieke Berg- de Boer, directeur Stichting Bootvluchteling.

Publicatie: 22 maart Nederlands Dagblad