Doe je ogen eens dicht.

In wat voor wereld leven we?
Dat is wat ik dacht na de verschrikkelijke brand en de nog veel verschrikkelijkere Moria-deal die daarna werd gesloten.

De mensen die daarover gingen, de regering, maar dus ook indirect wij als kiezers, hebben we geen inlevingsvermogen meer? Wat als wíj zouden moeten vluchten, als er oorlog was in Nederland, hoe zouden wij dan behandeld willen worden als vluchtelingen?

Stel je dat eens voor!

Doe je ogen es dicht voor een halve minuut. Of langer. En stel je voor dat Nederland zo gepolariseerd is, dat groepen elkaar letterlijk naar de keel vliegen, elkaar dood maken. Jonge jongens en meiden verplichten om mee te vechten tegen iets waar die kinderen helemaal geen bemoeienis mee hebben. Stel je eens voor dat je huis, je wijk of dorp, kapot geschoten is. Dat alles waar je je ooit veilig en fijn waande, nu de meest onveilige plek op aarde is geworden. Voor jou. Voor degene van wie je houdt? De plek waar je bent geboren en bent opgegroeid, waar je een bestaan hebt opgebouwd. En je niet weg wilt, maar je je leven niet zeker bent.
Je verlaat die plek. Je spendeert al je spaargeld omdat je hoopt naar een veilige plek te kunnen. En vervolgens kom je op een plek terecht die als land misschien veiliger wordt gezien, maar waar je een lekkend zeil boven je hoofd hebt, waar het koud en modderig is. Waar duizenden mensen rondlopen me trauma’s, uitzichtloosheid, honger. Je kinderen kunnen niet alleen spelen, kunnen überhaupt nergens veilig zijn.
Van de regen in de drup.
Je bent een mens. Op zoek naar veiligheid, een veilig leven. Voor jou, voor je familie.
Stel je dat eens voor hoe jij je zou voelen.

Hoe zou jij je voelen als je in zo’n situatie zou zitten en andere mensen, die veilig in hun warme huizen wonen, genoeg te eten hebben en veilig zijn, die kijken niet naar je om. Behandelen je alsof je niet bestaat.

Kun jij het je voorstellen?

Dit is hoe wij mensen behandelen. Hoe we kinderen behandelen. In al die vluchtelingenkampen, in Griekenland, Afrika of Myanmar.

Ik wil niet in zo’n wereld leven. Ik wil hier iets aan doen. Ik geloof dat we hier iets aan kunnen doen. Als wíj met zijn allen zeggen in wat voor wereld we willen leven en ons verplaatsen in een ander. Laten we het daar met elkaar over hebben. Nu, vandaag. Maar ook morgen en overmorgen. In wat voor wereld wil jij leven?

Gedicht Voor Jou

Voor Jou

Ik hoop dat je nooit hoeft te vluchten,
voor regimes die misdadig zijn
Ik hoop dat je nooit hoeft te schreeuwen,
van angst of van honger of pijn
Ik hoop dat je nooit hoeft te kijken,
als je dochter brutaal wordt verkracht
Ik hoop dat je nooit hoeft te zwijgen,
omdat je slechts zei wat je dacht
Ik hoop dat je nooit wordt getreiterd,
omdat je iets anders gelooft
Ik hoop dat je nooit hoeft te huilen,
als alles is weg geroofd
Ik hoop dat je nooit hoeft te zien,
als je land voor je ogen verbrandt
Ik hoop dat je nooit hoeft te smeken,
om asiel in een veilig land
Maar stel dat het ooit zou gebeuren,
dan hoop ik voor jou en voor mij
Op een land dat ons zal omarmen,
en zegt: Kom maar hier, je bent vrij!
Rina
Rina (80) stond in 1987 aan de wieg van VluchtelingenWerk Dordrecht. De verhalen die vluchtelingen met haar deelden, beschreef ze begin jaren 90 in een gedicht. Nu, dertig jaar later, is haar gedicht helaas nog altijd actueel. Het gedicht is bij ons onder de aandacht gebracht door Tietsje Boersma-Weidenaar, één van de poppenmakers van Kamp Morra.

Ik huil maar dat mag

Mijn stem breekt, er rolt iets over mijn wang, ik raak met mijn hand mijn gezicht aan, het is een traan, ik huil.

Ik rij naar huis en heb Marian aan de lijn. Ze vertelt over haar gesprek met Vluchtelingenwerk eerder vandaag en hoe het haar geraakt heeft.

‘Er zijn 72 vluchtelingenkampen in Griekenland, jongens van 14 bevredigen mannen voor een paar euro zodat ze kunnen eten, kinderen slapen alleen in onbeveiligde appartementen in Athene, kinderen worden verkocht of ze verdwijnen…’

Het gaat maar door, ik voel dat ik niet kan reageren zonder dat mijn stem breekt. Als ik mijn stem weer enigszins vertrouw stel ik de grote vraag ‘heeft het zin, Kamp Morra, bedoel ik? Moeten we wel doorgaan’?

Ja, het heeft zeker zin. Vluchtelingenwerk en al die andere instanties en mensen die zich inzetten voor vluchtelingen kunnen alle hulp en steun gebruiken, juist nu! We moeten impact maken, blijven zeggen dat dit niet mag, zo willen we niet met elkaar omgaan. We moeten het gesprek samen blijven voeren.

Een andere vraag die al een tijdje door mijn hoofd spookt is hoe het kan dat het aantal alleenreizende vluchtelingkinderen daalt? Toen we de actie ‘Kamp Morra’ bedachten gingen we er vanuit dat we ruim 5.000 poppen moesten maken inmiddels zijn dat ‘nog maar’ 4.222, dit aantal staat symbool voor het aantal alleenreizende vluchtelingkinderen. Het antwoord waar je op hoopt, dat 1000 kinderen opgevangen zijn, komt jammer genoeg niet. In de meeste gevallen verdwijnen ze gewoon, ze worden verkocht, vluchten verder of zijn van de radar. Een handjevol is opgenomen in een ander land en dus veilig, voor nu.

Het is niet te bevatten en ik voel me leeg als ik ophang. Ik huil nog steeds als ik thuiskom, het raakt me enorm en dat maakt me strijdbaar.

Want dit is niet de wereld die ik na wil laten aan mijn kind. Medemenselijkheid zit in de kleine dingen zoals het maken van een pop voor Kamp Morra, het koken voor een eenzame buurvrouw of aandacht hebben voor elkaar. Maar het zit ook in de grote dingen, zoals de politiek van morgen overtuigen dat de situatie onhoudbaar is, wat als het jouw kind is?

Wini Weidenaar
Mede-initiatiefnemer Kamp Morra